Wat gebeurde er op Paaseiland?

De gangbare theorie

Een ecologische ramp zou aan de basis liggen van de oorlogen die de vernietiging van de Paaseilandse beschaving tot gevolg hadden. Er brak hongersnood uit en monumenten werden op gewelddadige wijze verwoest. Zo klinkt de gangbare theorie.

Het andere verhaal

Sinds 2001 voeren de KMKG en de Gentse universiteit baanbrekende opgravingen op Paaseiland. De resultaten van die archeologische missies brengen een heel ander verhaal naar voren.

Het onderzoek op de site van Ahu te Niu toonde op verpletterende wijze aan dat de grote platformen met beelden veeleer werden getransformeerd in necropolen dan vernietigd tijdens stammentwisten om de laatste natuurlijke rijkdommen. Op de onderzochte site werd in het verleden voorzichtig een beeld (moai) geplaatst om een zorvuldig ingerichte grafkamer af te sluiten. De hele operatie nam trouwens verschillende generaties in beslag, wat in strijd is met de theorie van plotse vijandelijkheden. Die conclusie berust niet op dat ene voorbeeld. Het onderzoeksteam van de KMKG heeft een uitgebreide prospectiecampagne achter de rug betreffende de andere monumenten van dat type. De archeologen stootten systematisch op vergelijkbare situaties!

Het onderzoek bewijst dat de geschiedenis van Paaseiland er geen is van een eco-catastrofe maar veeleer één van een maatschappijverandering, gespreid over verschillende generaties. Nu blijft nog de vraag waarom de wereldvisie van de Paaseilander veranderde?
 

Resultaten van de laatste missie

In 2010 onderwierpen onze archeologen veertig beelden opnieuw aan een onderzoek. Zij liggen langs de zogenoemde moai-transportwegen van de steengroeve naar de cultusplatformen. Maar waren dit wel transportwegen? En klopt de theorie dat de beelden zijn omvergevallen? De archeologische missie heeft interessante argumenten gevonden om nee te antwoorden op beide vragen.

Het lijkt erop dat de moai-paden geen transport- maar veeleer toegangswegen waren tot de (gesloten) groeve. Erlangs stonden de beelden opgesteld, met hun gezicht naar de passant gekeerd. De valhypothese is ook niet sluitend. De beelden vertonen immers geen valbreuken. Waarschijnlijk werden zij neergelegd na het vertrek van James Cook (1774) en vóór de komst van de eerste missionarissen (1864).