Steensculptuur

In het lapidarium zijn stenen te vinden met een viertal functies. Er zijn stenen die werden gebruikt voor doopvonten, andere werden gebruikt voor grafstenen. Weer andere waren gedecoreerde architectuurelementen en er zijn stenen die dienst deden als herinneringsmonument. Het lapidarium bestrijkt een periode van de 10de tot en met de late 16de eeuw.

Doopvonten

De doopvonten dateren uit de 12de eeuw en zijn voor het grootste deel afkomstig uit het Maasland. Zij zijn versierd met motieven ontleend van de architectuur, de flora en de christelijke symboliek. Composities met personages zijn zeldzamer.

Grafplaten

Er zijn grafplaten met duidelijke profane attributen zoals die van ridder Engelbert III van Edingen en zijn vrouw Ida van Avesnes. De ridder stierf ergens tussen 1243-1246 en zijn vrouw al in 1217. Het is niet duidelijk wanneer de plaat werd gegraveerd. Meest waarschijnlijk is 1217 en werd de beeltenis van ridder Engelbert later toegevoegd. Andere zerken zijn uitgesproken religieus zoals die van de abdis Sybilla, die stierf in 1358.

Memoriestenen

Een voorbeeld van een laat 15de-eeuwse memoriesteen is die
van de beroemde Utrechtse beeldhouwer Adriaan van Wesel. Het is goed te zien dat de interesse voor de weergave van de menselijke figuur groter was dan in voorgaande eeuwen. De gelaatstrekken zijn realistisch. De grafzerk van de abt-bisschop Réginard is een 16de-eeuws voorbeeld. Deze geestelijke gezagsdrager stierf al in 1037, maar omstreeks 1595-1600 werd de zerk opnieuw bewerkt in renaissancestijl.