Silexmijn te Spiennes (Henegouwen)

Werelderfgoed uit de regio rond Bergen

In de regio rond Bergen werd vanaf 4250 v. Chr. tot ongeveer 3500 v. Chr. op grote schaal de silex gedolven. De opbrengst van deze industriële mijnontginning werd vooral voor de export gebruikt. De toenmalige bevolking deed daarnaast ook aan landbouw en veeteelt. In Spiennes, in de omgeving van Bergen, werden de sporen aangetroffen van een nederzetting uit deze periode. Het gaat om een versterkt dorp omgeven door walgrachten en palissades. Sedert 2002 zijn de silexmijnen van Spiennes opgenomen op de lijst van het beschermde werelderfgoed van de UNESCO.

Risicovolle mijnindustrie

De technisch hoogstaande ontginningstechnieken van het silex werden zes duizend jaar geleden ontwikkeld. De silexbrokken werden vanuit een diepte van 10 tot 18 m onder het oppervlak ontgonnen via een systeem van diepe kuilen en mijnschachten. De grondstof werd op een zeer gewaagde manier losgemaakt uit de bodem. De mijnwerkers hakten het silex los langs de onderzijde, vanuit het plafond van de mijnschachten. Het plafond stortte in en het silex viel neer op bankjes die op voorhand waren uitgespaard in de bodem van de mijnschacht. Zo werden de grote brokken silex onmiddellijk gebroken in kleinere, handigere stukken. Met behulp van een lier werden de silexbrokken naar de oppervlakte gehesen, waar ter plaatse onmiddellijk de eerste bewerking gebeurde tot halfafgewerkte producten.

Op zaal

Werktuigen van steen en been, recipiënten van aardewerk en een mooie maquette van de silexmijnen roepen in de zaal Prehistorie deze eerste grootschalige industriële activiteit in onze gewesten op.