Shiva nataraja

Tijdens de heerschappij van de Chola te Tanjore (Zuid-India) kende de beeldhouwkunst een grote bloei. De grote bronzen godenbeelden die in processies werden meegedragen, zijn beroemd. Ze stellen Shiva voor als ‘koning van de dans’ (nataraja). De hindoeïstische god Shiva belichaamt in zijn dans de kosmische energie die door de vlammenkrans wordt voorgesteld. Het bronzen beeld in het Jubelparkmuseum is door zijn evenwichtige dynamisme en technische perfectie een topstuk.

Symboliek

De dansbewegingen verbeelden de vijf activiteiten van Shiva: de schepping, instandhouding, vernietiging, energie en verlossing van de wereld. Het trommeltje in zijn bovenste rechterhand staat voor de  schepping; de vlam in zijn bovenste linkerhand voor de vernietiging. De voorste rechterhand maakt het gebaar van de geruststelling, wat de instandhouding van de wereld betekent. De voorste linkerarm heeft de olifantslurfhouding, wat zowel schepping als vernieting inhoudt. De energie van de god wordt uitgedrukt door het vertrappelen van de dwerg Muyalaka, symbool van de onwetendheid en het kwaad. Het opgeheven linkerbeen verwijst naar de verlossing. In zijn hoofddeksel draagt Shiva een maansikkel, een doodshoofd en een cobra. Tussen zijn uitgewaaide haarvlechten zit de godin Ganga die het ontstaan van de Ganges rivier voorstelt.

Ramayana

Momenteel loopt in de zaal India een expositie over het Ramayana-epos. Het Indiasche heldendicht komt tot leven aan de hand van 101 miniaturen van 22 verschillende schildersscholen uit het National Museum New Delhi. Om die reden verhuisden de stukken van de verzameling India tijdelijk naar de reserves. Maar de 13de-eeuwse bronzen Shiva blijft op zaal. Vanuit zijn ‘tempel’ - sfeerbeeld gecreëerd door de vier grote, 18de-eeuwse  houten tempelkolommen uit Kerala in Zuid-India – werpt de godheid  ongetwijfeld nu en dan een blik op de fijn gepenseelde Ramayana-meesterwerkjes.