Schenking van 25 handpoppen uit de poppencollectie Cemper

©RudyGadeyne
 

Het Centrum voor Muziek en Podiumerfgoed in Mechelen (CEMPER) bouwde doorheen haar voorgeschiedenis een figurentheatercollectie uit. CEMPER heeft ondertussen echter als opdracht een dienstverlening aan te bieden omtrent muziek- en podiumerfgoed, niet om collecties te beheren. Daarom gaf de Vlaamse overheid CEMPER de opdracht om de figurentheatercollectie over te dragen aan andere actoren. Na een proces van inventarisering en valorisering van de honderden theaterpoppen beoordeelde een adviescommissie de verschillende collectiebeherende instellingen die zich kandidaat stelde om de poppen een nieuwe thuis te geven.

De KMKG zijn verheugd om twee reeksen handpoppen, afkomstig van het theater HOPLA, te mogen verwelkomen. Deze handpoppen vervolledigen de verzameling theaterpoppen die een belangrijke deelcollectie binnen de Europese etnologie vormen. Het poppentheater weerspiegelt immers de steeds evoluerende maatschappij, en theaterpoppen vormen de materiële sporen van dit immaterieel erfgoed. De verzameling van de KMKG telt meer dan 500 inventaris nummers. Het grootste aantal betreft Brussels en Luikse stangpoppen en hun bijhorende decors uit de periode 1850-1950. Hoogtepunt in de verzameling is het ensemble afkomstig van een reizend poppentheater dat actief was in Vlaanderen tussen 1827 en 1870: het marionettentheater van de familie Van Weymersch.

Vanaf september 2021 kunnen ze op Carmentis, online catalogus van de KMKG, geraadpleegd worden.

 

meer info over de twee reksen handpoppen

- Het theater HOPLA
Het was Jef Contryn die in 1948 het theater HOPLA oprichtte. HOPLA was een echte familieonderneming. Jef Contryn werkte samen met zijn echtgenote en zijn zoon Louis, aangevuld met Frans De Smedt en Tony Massant. Het poppentheater gaf vooral voorstellingen in Vlaanderen, maar ook in Wallonië. Dit in open lucht, in cafés, op fancy-fairs, op kermissen, in scholen, fabrieken enz. Het kende ondanks haar beperkte middelen veel succes. Hoewel ze in hun beginperiode met draadpoppen speelden, stapte ze vrij snel over naar handpoppen. Draadpoppen waren fragiel en kinderen verkozen het vinnige spel van de handpop.

- Handpoppen ontworpen door Harro Siegel (1942-1944)
Deze eerste reeks van 16 handpoppen werd ten tijde van de Tweede Wereldoorlog ontworpen, geproduceerd en verspreid door Harro Siegel, een bekende Duitse marionettenspecialist (1900-1986). Het nationaalsocialisme moedigde toen het 'volkseigen karakter' in de kunst aan. Harro Siegel ontwierp daarom een standaardreeks voor het Reichsinstitut für Puppenspiel. Deze reeks werd op grote schaal verspreid in scholen, bij jeugdbewegingen, bij soldaten en voor iedereen die in het poppenspel geïnteresseerd was.

Een van die ensembles belandde via de familie Contryn in Vlaanderen. Door de brede verspreiding van deze figuren zijn er in Duitsland en omstreken nog verschillende gelijkaardige ensembles terug te vinden. Hoewel ook andere figurentheater-verzamelaars in Vlaanderen enkele exemplaren bewaren, is dit ensemble vermoedelijk wel uniek in België omwille van de omvang, de goede staat van de figuren (zowel de houten als labonieten versies) en hun originele kostuums.

- Handpoppen ontworpen door Pil (eind jaren 50)
Deze reeks van 9 handpoppen werden ontworpen door karikaturist Pil (pseudoniem van Joe Meuleplas) voor het stuk “Piet Met Den Houten Kop”. Dat het figurentheatergezelschap HOPLA voor de creatie van de poppen samenwerkte met een kunstenaar zonder enige figurentheaterachtergrond, was erg vernieuwend voor die tijd. Het felle kleurgebruik, de karikaturale insteek en de knipoog naar Walt Disney typeren de figuren. Til De Kock en Rosalie Verbruggen zorgde voor de uitvoering van het ontwerp.

Het satirische stuk “Piet Met Den Houten Kop” was speciaal voor HOPLA door Gerard Walschap geschreven. Het stuk werd uitgezonden op de Vlaamse televisie en verschillende keren gespeeld in Mechelen en op reis.