Printemps

Een decoratief beeld

Philippe Wolfers (1858-1929) had al een indrukwekkend oeuvre van zilverwerk, precieuze siervoorwerpen en zeer exclusieve juwelen gerealiseerd toen hij zich vanaf 1907 vrijwel uitsluitend op de beeldhouwkunst ging toeleggen. Hij ontwierp hoofdzakelijk elegante vrouwelijke figuren van kostbare materialen zoals ivoor en marmer. Kopers konden, afhankelijk van hun budget, kiezen voor de duurste uitvoering in ivoor, voor het wat goedkopere marmer of het nog iets meer bereikbare brons. Het beeld ‘Printemps’ (Lente) kwam in 1913 tot stand. Er werd één ivoren exemplaar van gemaakt en in 1916 volgde nog een marmeren uitvoering. Het thema en de decoratieve stijl van dit soort beelden pasten perfect in de salons van de vermogende burgerij.  

Wat vooraf ging

Het gebruik van ivoor in de beeldhouwkunst kreeg in België een belangrijke impuls in het kader van de internationale koloniale dubbeltentoonstelling van 1897 in Brussel en Tervuren. Koning Leopold II had namelijk een grote hoeveelheid slagtanden van olifanten gratis ter beschikking gesteld van de Belgische beeldhouwers zodat die vrijelijk ivoren sculpturen hadden kunnen maken. De vorst wilde daarmee de rijkdommen van Congo promoten en hij slaagde daarin omdat de beeldhouwers gretig op zijn aanbod waren ingegaan. Philippe Wolfers en vele anderen realiseerden zeer prestigieuze werken en deze explosie van ivoorsnijkunst in België kan men tot op heden als uniek omschrijven.

Te duur

Hoewel de vorst zijn genereuze gebaar niet meer herhaalde, bleef ivoor een geliefd materiaal voor vele beeldhouwers. Ook Philippe Wolfers had er blijvend belangstelling voor en realiseerde nog verschillende grote beelden, waaronder ‘Printemps’. Het materiaal was echter zo duur dat de meeste beeldhouwers zich geen ivoor konden veroorloven om hun creaties in uit te voeren. Philippe Wolfers, artistiek directeur van de zilversmederij Wolfers Frères was echter zo vermogend dat hij tot op het einde van zijn leven ivoor kon blijven verwerken. Het gebruik van het materiaal beperkte zich niet alleen tot sculpturaal werk, hij wendde het soms ook aan voor de handvatten van zijn massiefzilveren koffie- en theeserviezen of als inlegwerk van zijn meubelensemble ‘Gioconda’.