In memoriam – Dirk Huyge (1957 – 2018)

Conservator Prehistorisch en Vroegdynastisch Egypte

 

Dirk Huyge werd geboren op 18 april 1957 te Bornem (België). Hij volgde van 1969 tot 1975 de latijn-wiskunde afdeling aan het Heilige Maagd College te Dendermonde. Tijdens zijn middelbare studies was hij reeds erg geïnteresseerd in alles wat met het verleden te maken had en vooral in de prehistorie van België. Het lag dan ook voor de hand dat hij archeologie en kunstgeschiedenis ging studeren aan de KU Leuven. Zijn interesse voor lokale prehistorie zorgde ervoor dat hij terecht kwam bij professor Pierre Vermeersch die niet alleen in België actief was als opgraver maar ook in Egypte. Hierdoor kreeg Dirk de kans om, terwijl hij nog student was, tijdens de winter 1978-1979 deel te nemen aan de opgravingen te Elkab. Het was het begin van een levenslange interesse voor de vroege geschiedenis van Egypte. Hij zou nog talloze keren terugkeren naar Egypte en vooral naar Elkab.

Reeds tijdens zijn studentenjaren schreef hij enkele korte bijdragen over vondsten waar hij bij betrokken was. Hij studeerde in 1980 af met een licentiaatsverhandeling over het laat-Mesolithicum te Weelde-Paardsdrank en kon onmiddellijk daarna met een tijdelijk contract aan de slag als medewerker in het Laboratorium voor Prehistorie onder leiding van Pierre Vermeersch. Daar was een belangrijke verzameling prehistorisch materiaal ondergebracht, afkomstig uit zeer uiteenlopende plaatsen en periodes. Dirk was verantwoordelijk voor het inventariseren en registreren van de verzameling. Het laboratorium was gevestigd in de Redingenstraat, op loopafstand van het centrum van Leuven, en bood een zeer dynamische werkomgeving waaruit ook hechte vriendschappen ontstonden. Doorheen de jaren waren onder meer Jean-Paul Caspar, Marc De Bie, Gilbert Gijselings, Rob Lauwers, Etienne Paulissen, Veerle Rots en Philip Van Peer er actief.

Gedurende vier campagnes tussen 1981 en 1986 documenteerde Dirk Huyge de rotskunst in de onmiddellijke omgeving van Elkab, waarbij de nadruk lag op de sites in de Wadi Hellal, op slechts enkele kilometers van het site van Elkab. Hiermee had hij zijn grote interesse gevonden. In die tijd was er in Egypte amper aandacht voor rotskunst. De belangstelling ging haast automatisch uit naar indrukwekkende tempels en graven. Egypte was het land van de piramiden, niet van op het eerste zicht onaantrekkelijke tekeningen op rotsen. Dirk Huyge was de eerste die in Egypte verder ging dan het maken van catalogi met als hoofdbedoeling de tekeningen te kunnen dateren. Hij integreerde rotskunst in de Predynastische en Dynastische iconografie en opende nieuwe wegen voor het onderzoek. De documentatie die hij in die periode samenbracht bleef belangrijk voor de uitbouw van zijn verdere loopbaan.

Van 1984 tot 1988 leidde Dirk met enkele korte onderbrekingen opgravingen op verschillende prehistorische sites te Zonhoven waarover hij verslag uitbracht in een aantal wetenschappelijke en vulgariserende artikelen. Tegelijkertijd nam hij ook jaarlijks deel aan de werkzaamheden te Elkab of de opgravingen van het Belgian Middle Egypt Prehistoric Project (BMEPP) dat door Pierre Vermeersch geleid werd. De opgravingen te Elkab stonden van 1965 tot 1988 onder leiding van Herman De Meulenaere en vervolgens van 1988 tot 2008 van Luc Limme. Naar aanleiding van de toevallige ontdekking van een versierd graf uit het late Oude Rijk in de rotsnecropool van Elkab werd het graf zelf en de omgeving ervan intensief onderzocht. In samenwerking met onder andere Ingrid De Strooper, Stan Hendrickx en Eugène Warmenbol werden in 1986-1988 meer dan 20 rotsgraven ontdekt, waaronder een intact dubbelgraf uit de 6de dynastie.

Het was echter niet vanzelfsprekend om een loopbaan uit te bouwen in de archeologie. De financiering van de opgravingen te Elkab was intussen problematisch geworden door de herstructurering en federalisering van het Belgisch archeologisch onderzoek in het buiteland. Hierdoor was Dirk Huyge van 1989 tot 1994 niet actief in Egypte. Gedurende bijna twee jaar, in 1990 en 1991, werd hij journalist en redacteur van de Campuskrant en Academische Tijdingen, twee tijdschriften van de KU Leuven. Gelukkig kreeg hij vanaf november 1991 tot september 1993 de mogelijkheid om met beurzen van de KU Leuven en het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek een doctoraat voor te bereiden over de rotskunst van Elkab. Promotoren waren de professoren Pierre Vermeersch en Jan Quaegebeur. Hij verdedigde het doctoraat in 1995 met grootste onderscheiding.

In 1995 werden ook de opgravingen in de rotsnecropool van Elkab heropgenomen. Van de vijf campagnes die georganiseerd werden tussen 1995 en 2000 miste Dirk slechts één studiecampagne. Het belangrijkste resultaat van de hernieuwde activiteit was de ontdekking van een mastaba in tichelsteen op een totaal onverwachte plaats, namelijk boven op de rotsnecropool. Zo mogelijk nog opmerkelijker was de datering in de 3de dynastie waarmee het monument het oudste graf van de rotsnecropool is. Tijdens de laatste twee opgravingscampagnes, in 1999 en 2000, werd aan de voet van de rotsnecropool een grafveld uit de 2de dynastie ontdekt. Het betrof hoofdzakelijk begravingen van kinderen met een beperkt aantal grafgiften maar de manier waarop de graven geconcentreerd waren was opmerkelijk.

In 1993 begon de KU Leuven met een internationale master na master opleiding Eastern Mediterranean Archaeology. Dirk Huyge werd hiervoor secretaris (1993-1995) en docent “Rock art of the Eastern Mediterranean” (1997/1998-2006/2007). Van 1996 tot april 1998 was hij postdoctoraal onderzoeker voor het NFWO en het onderzoeksfonds van de KU Leuven en nam in die functie in 1996 deel aan de opgravingen te Shenhur onder leiding van Claude Traunecker. Dirk was er verantwoordelijk voor het opgraven van vroeg Islamitische nederzettingsresten, een chronologische uitzondering voor zijn werk in Egypte.

Op 1 mei 1998 trad hij in dienst als curator van de Egyptische afdeling van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis te Brussel. Hij werd er verantwoordelijk voor de Predynastische en Vroeg-Dynastische verzameling en voor de opgravingen in Egypte.

Een bijzonder hoofdstuk in de loopbaan van Dirk Huyge wordt gevormd door zijn deelname aan opgravingen op Paaseiland. De op het eerste zicht onwaarschijnlijke sprong van Egypte naar Paaseiland kwam er door een nieuw onderzoeksproject naar de archeologisch context van een van de topstukken uit de verzamelingen van de KMKG, de moai Pou Hakananonga. Het grote beeld werd in 1935 naar Brussel gebracht maar daarbij werd weinig aandacht geschonken aan de oorspronkelijke opstelling ervan. De locatie is echter goed gekend en samen met Nicolas Cauwe voerde Dirk als codirecteur gedurende vier campagnes tussen 1999 en 2004 opgravingen uit die niet alleen zorgden voor een beter begrip van het beeld zelf en aantoonden dat de Brusselse moai een van de oudste monumentale beelden van het eiland is, ze stelden ook de ecologische ramp in vraag die meestal aangenomen wordt als verklaring voor het einde van het maken van moai.

Tijdens de opgravingscampagnes te Elkab gedurende de jaren ’80 en ’90 van vorige eeuw heeft Dirk Huyge zijn vrije tijd vooral gebruikt om prospecties te doen naar de rotskunst uit de omgeving. Al dan niet in het gezelschap van andere leden van het opgravingsteam probeerde hij systematisch de streek tussen Elkab en Gebel Silsila op de westelijke Nijloever te prospecteren en tussen Elkab en Kom Ombo op de oostelijke oever. Hij kon een aantal interessante sites lokaliseren waarvan de meeste reeds bekend waren door het werk van Winkler of andere pioniers. Grondige documentatie was echter niet mogelijk binnen de beschikbare tijd. In 1997 herontdekte hij te el-Hosh rotskunstsites die reeds in de jaren 1930 opgemerkt waren door Hans Winkler maar hij kon ze destijds niet dateren of interpreteren. In 1998 werd de omgeving van el-Hosh systematisch verkend en een groot aantal tekeningen gedocumenteerd. Dirk kon overtuigend aantonen dat de oudste in het Epipaleolithicum moesten geplaatst worden, ca. 7000 v. Chr. De meest opvallende zijn paddenstoelvormige voorstellingen die overtuigend als visvallen geïdentificeerd werden, wat goed aansluit bij de levenswijze uit het Epipaleolithicum en vooral bij de bijzonder gunstige voorwaarden om in de onmiddellijke omgeving van el-Hosh op deze manier te vissen. De tekeningen werden gepubliceerd als de oudste rotskunst van Egypte, wat heel wat ophef veroorzaakte in kringen van rotskunstspecialisten die niet allemaal overtuigd waren van de hoge ouderdom. Dirk wist hun kritiek echter zonder probleem te weerleggen en intussen worden zijn besluiten niet meer in twijfel getrokken. Opgravingen in 2005 van een mogelijk Predynastisch grafveld te el-Hosh waren minder succesvol, ondanks de vondst van een uitzonderlijk zogenaamd Decorated vaasje in het enige intacte graf dat aangetroffen werd.

Verder onderzoek in de omgeving van el-Hosh in 2004 zorgde op enkele kilometers van de reeds gekende tekeningen voor de ontdekking van een aantal realistisch voorgestelde dieren, vooral runderen. De sterke patinering en het verschil met Predynastische voorstellingen wezen op een hoge ouderdom. De ontdekking herinnerde Dirk aan rotstekeningen die in 1962-1963 door een Canadees team ontdekt waren tijdens noodopgravingen in de Kom Ombo vlakte. De ontdekking had echter amper aandacht gekregen en was door het Canadese team nooit naar waarde geschat. Dirk vond de tekeningen in 2005 terug in de nabijheid van het dorpje Qurta. Dankzij de financiële steun van Yale University werd vanaf 2007 de documentatie en interpretatie van de tekeningen mogelijk gemaakt. Het bleek een schot in de roos. De tekeningen bleken nog ouder dan de visvallen van el-Hosh want ze dateren uit het Laat-Paleolithicum en zijn minstens 15.000 jaar oud. Dirk Huyge slaagde er dus twee maal in om de oudste kunst van Egypte te vinden. De vondst trok veel aandacht, zowel in de internationale pers als bij de specialisten van rotskunst. Tot ieders verbazing bleken duidelijke verbanden te bestaan met de Laat-Paleolithische kunst uit Europa, waaronder de beroemde grot van Lascaux. Een vergelijking met de Côa vallei in Portugal, waar eveneens Laat-Paleolithische tekeningen in openlucht aangetroffen werden, lijkt bijzonder relevant. De grote afstand tussen Egypte en het Franco-Cantabrische gebied wierp vanzelfsprekend veel vragen op. Hiermee was Dirk tot op het ogenblik van zijn vroegtijdig overlijden bezig en hij meende andere Laat-Paleolithische rotskunst te kunnen identificeren in Noord-Afrika maar de politieke situatie en het gebrek aan financiële middelen maakten het onmogelijk om dit ook op het terrein te controleren. Er bestaat echter geen twijfel over dat de ontdekking van Laat-Paleolithische kunst in Egypte een heel nieuw hoofdstuk opent dat zich ook buiten Europa afspeelt.

In 2006 werd Dirk Huyge op voordracht van Morgan De Dapper gekozen tot geassocieerd lid van de Koninklijke Academie voor Overzeese Wetenschappen – Académie Royale des Sciences d’Outre-Mer (KAOW-ARSOM). In 2009 werd hij gewoon lid. Dirk zette zich sterk in voor de academie en was in 2013 directeur van de klasse voor Menswetenschappen en voorzitter van de academie. In het kader van de academie organiseerde hij in 2010 en 2015, in samenwerking met Francis Van Noten, zeer succesvolle congressen over de rotskunst van Noord-Afrika, waarvan de proceedings respectievelijk in 2012 en 2018 verschenen.

Na een onderbreking van meerdere jaren in de opgravingsactiviteit te Elkab nam Dirk Huyge in 2009 de verantwoordelijkheid over. Onder zijn impuls focuste het onderzoek zich vanaf toen op het nederzettingsgebied van Elkab. Tot de vaste medewerkers behoorden Wouter Claes, Morgan De Dapper, Beth Hart, Stan Hendrickx, Karin Kindermann en Salima Ikram. Het belang hiervan was in het verleden sterk onderschat omdat verondersteld werd dat de nederzetting in de eerste helft van de 19de eeuw afgegraven was door sebakhin die de met veel organisch materiaal gemengde lagen gebruikten voor de bemesting van hun velden. Maar de onderste lagen bleken niet verdwenen en maakten de opgraving mogelijk van nederzettingsresten uit het vroege Oude Rijk. Testputten maakten duidelijk dat de bewoning van Elkab terugging tot de Badari periode (ca. 4400-3900 v. Chr.) en daarmee is het site één van de weinige waar een dergelijke lange, continue bewoning kan aangetoond worden. Alhoewel de opgravingen reeds belangrijke informatie verstrekt hebben, kan het volledige potentieel van het site slechts benut worden indien grootschalige opgravingen de structuur van de nederzetting verduidelijken. Hopelijk wordt dit mogelijk in een niet al te verre toekomst.

Na 1988 nam Dirk niet meer deel aan het werk van het BMEPP en met uitzondering van één campagne, onder leiding van Salima Ikram, voor het bestuderen van rotskunst in de Kharga oase, werkte hij uitsluitend vanuit het Somers Clarke huis te Elkab, zowel voor de opgravingen te Elkab als voor het rotskunstonderzoek te el-Hosh en Qurta. Dit belette echter niet dat hij met meerdere internationale specialisten samenwerkte. Vooral het werk van Per Storemyr en Adel Kelany naar de rotskunst in regio van Aswan, waar eveneens Laat-Paleolithische en Epipaleolithische rotskunst werd gevonden, volgde hij op de voet. Op geregelde tijdstippen bezocht Dirk deze sites om op het terrein de rotskunst te bestuderen en advies uit te brengen. Een speciale vermelding verdient de samenwerking met John Coleman Darnell, egyptoloog van Yale University. Darnell ondersteunde niet alleen de Belgische activiteiten financieel maar werkt ook actief in het rotskunstonderzoek in de omgeving van Elkab.

Dirk Huyge was een nauwgezet en bijzonder goed georganiseerd onderzoeker met ongeveer 200 grote en kleine publicaties op zijn palmares. Maar hij was ook erg begaan met de verspreiding van zijn onderzoek naar het grote publiek toe. Hiervoor leverde hij vulgariserende bijdragen aan populaire wetenschappelijke magazines zoals National Geographic Magazine maar occasioneel ook over andere culturele onderwerpen in de krant De Standaard. Met hetzelfde doel gaf hij talrijke voordrachten voor het grote publiek, zowel in het kader van de KMKG als erbuiten.

Naast al het wetenschappelijke werk van Dirk Huyge moet ook gewezen worden op de grote inspanningen die hij deed voor het onderhoud van het historische Somers Clarke opgravingshuis te Elkab. Het werd gebouwd in 1906 en is het oudste nog actieve opgravingshuis in Egypte. Het is grotendeels in tichelsteen gebouwd en het onderhoud ervan is niet vanzelfsprekend, zeker niet nadat in 2009 de grote toegangsportiek instortte. De herstellingen zijn nog niet voltooid maar dankzij het constante zoeken naar financiële middelen heeft Dirk ervoor gezorgd dat het huis opnieuw stabiel is.

Het belang van Dirk Huyge voor het rotskunstonderzoek in Egypte kan moeilijk overschat worden. Hij zorgde voor een systematische aanpak en opende met zijn ontdekkingen volledig nieuwe chronologische horizonten. Het is te hopen dat anderen in zijn rigoureuze voetstappen zullen volgen.

Dirk Huyge werd 61 jaar en laat een partner en 2 kinderen na.

 

Wouter Claes & Stan Hendrickx