Help ons deze Polynesische hoofdtooi te redden!

Hartelijk dank!

Hartelijk dank aan wie een schenking maakte om deze Polynesische hoofdtooi te restaureren. U hebt uw steentje bijgedragen om de som bijeen te krijgen die we nodig hadden voor de redding van dit uitzonderlijke stuk. Het silhouet ervan was te zien tijdens de tentoonstelling ‘Oceania – Reizen doorheen het onmetelijke’.

Gedurende de volgende maanden zullen we u op de hoogte houden hoe deze restauratie vordert.

26.11.2018

De hoofdtooi ligt in het KIK

Een korte reis met een heel strak schema
Een prachtige hoofdtooi uit Frans-Polynesië uit de collectie van de KMKG maakte net voor de zomer een voorzichtige en goed gesuperviseerde reis doorheen het Jubelpark. Bestemming: het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK).

Hieronder ziet u de hoofdtooi met veren in haar transportkist, goed ondersteund en beschermd door verpakkingsmateriaal.

Een beestig object
De conservatiespecialisten van het KIK konden écht niet wachten om deze prachtige verentooi van dichtbij te bestuderen… maar bij aankomst bleef het pronkstuk nog even gehuld in een sluier van mysterie. De tooi werd namelijk meteen in een bubbel geplaatst waar alle zuurstof uit werd verwijderd. Deze zuurstofvrije omgeving is veilig voor het object, maar maakt eventuele levende insecten onschadelijk die een smakelijk hapje zien in de dierlijke materialen waaruit de hoofdtooi is vervaardigd.  

Van alle kanten bekeken, uitgelicht en in beeld gebracht
Na de anoxiebehandeling reisde de hoofdtooi naar de wetenschappelijke beeldvorming van het KIK. Daar werd ze door de beeldexperts en de conservatoren-restaurateurs tot in de kleinste hoekjes bekeken, uitgelicht en op beeld vastgelegd. Deze informatie wordt vervolgens samengebracht en maximaal doorgrond. Zo krijgen we een beter zicht op de zorgen en behandelingen die dit prachtige object nodig heeft om de toekomst nog lang na ons in sierlijkheid te trotseren.

Niet enkel een goed visueel onderzoek met het blote oog bood meer inzicht in dit complexe object. De fantastische macrofoto’s genomen door de fotografen van het KIK geven de kans om in te zoomen op details die voordien onzichtbaar bleven. U kan ze binnenkort ook bekijken op BALaT, de online database van het KIK (http://balat.kikirpa.be/search_photo.php)

Ook de opnames bij uv-licht en met de XRF-scanner ontsluierden onverwachte aspecten van het object. De uv-opname gaf alvast een eerste aanwijzing dat de hoofdtooi geen oude en zeer giftige insecticiden bevat. Dit wordt nog verder onderzocht, want ook de veilige werkomstandigheden van ons als museummedewerkers en conservatiespecialisten zijn een prioriteit. De uv-opname is ook een waardevolle hulp bij de reiniging van dit bijzonder fragiel object omdat ze de ongewenste stofdeeltjes haarfijn toont. Zo kan het stof heel gericht en voorzichtig worden verwijderd. Uit het XRF-onderzoek blijkt dan weer dat er iets niet helemaal in de haak was. Wat dit is, vertellen we u graag in een volgend blogbericht.

18.09.2018

De Polynesische hoofdtooi heeft het museum verlaten om gerestaureerd te worden in het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) (http://www.kikirpa.be/NL/)

De hoofdtooi werd voorbereid op zijn reis naar de  textielrestauratieateliers van het KIK. Reeds enkele jaren werd hij, in afwachting van de restauratie, met al zijn onderdelen bewaard in de reserves. Om een goede conservering te garanderen lag hij op een hard vlak dat bedekt was met schuimrubber met daarop zijdepapier. Proppen van zijdepapier werden geplaatst daar waar er geen direct contact was met de drager om tractie, druk of vervorming in de linten  en in de verschillende materialen van het hoofdtooi te voorkomen.  De gebruikte materialen hebben geen enkele invloed op de conservering.

Om een object voor bewaring goed te ondersteunen, worden ‘rolletjes’ of  ‘bolletjes’ gerold in zijdepapier of  vormen gesneden uit schuimrubber, bedekt met zijdepapier of  met Tyvec,  die passen bij het te ondersteunen onderdeel. Tyvec is een niet-geweven synthetisch materiaal gemaakt van polyethyleen-vezels. Het wordt verkocht op rollen en heeft als voordeel dat het neutraal, ademend en sterk is. Het wordt gebruikt in sommige verpakkingen.

Het inpakken van de hoofdtooi
Gezien de grote afmetingen van de hoofdtooi  (60 cm hoog en 130 cm breed), was het nodig om een transportkist (met schuimrubber bekleed hout) te vinden ter grootte van het object met eromheen nog voldoende ruimte voor beschermingsmateriaal  (schuimrubber, Tyvec en zijdepapier).

In de reserves was er geen plaats om de krat plat te leggen en ook kon ze niet plat vervoerd worden tussen de reserves en de uitgang van het museum. Daarom werd besloten om de hoofdtooi plat op een karretje naar de verpakkingsruimte te vervoeren. Dit lokaal was wel groot genoeg om de kist plat en open te leggen en er was ook nog voldoende vrije ruimte eromheen.

De houten kist werd in de hoeken versterkt en aan de binnenkant bekleed met schuimrubber. Een stuk Tyvec werd open in de kist geplaatst, groot genoeg om het object twee keer te bedekken. De hoofdtooi  werd platgelegd met de schuimrubberen steun en het zijdepapier op de Tyvec. We wilden vermijden om de hoofdtooi uit zijn oorspronkelijk schuimrubber te halen omdat elke manipulatie risico’s inhoudt en beschadiging kan veroorzaken.

Omdat het steunschuim kleiner was dan de kist werd het op zijn plaats gehouden door stukken schuimrubber tussen de steun en de rand van de kist te plaatsen. Ook tussen de groene kop (die geen deel uitmaakt van het ensemble) en de rand van de kist kwam er schuimrubber om te voorkomen dat het geheel zou bewegen of verschuiven. Het object werd dan bedekt met vellen zijdepapier en vervolgens met de Tyvec die op de bodem van de kist was gelegd. Op zijn beurt bedekte hij het object en het zijdepapier. Naast het stuk werden nog stroken schuimrubber geplaatst die overtrokken zijn met Tyvec.

De hoofdtooi werd plat in de kist gelegd en vastgeklemd zonder druk uit te oefenen op zijn fragiele onderdelen. Vervolgens werd de kist gesloten en door 3 personen plat naar de bestelwagen gebracht.  Het is aan de chauffeur van de bestelwagen om onderweg al het mogelijke te doen om overmatige trillingen aan de hoofdtooi te voorkomen. De krat werd in de bestelwagen geladen voor het traject naar het KIK. Ze bleef daarbij steeds plat liggen. Aangekomen bij het KIK werd de kist geopend ter voorbereiding van de volgende stap, de anoxiebehandeling. Tijdens het vervoer is het best dat het object zo weinig mogelijk wordt gemanipuleerd omdat elke handeling een risico vormt. Kortom, een object wordt enkel verplaatst als het echt nodig is.

Een correct transport in een notendop

1. Denk goed na, organiseer de verschillende stappen.
Onderzoek het object om te bekijken wat de behoeften zijn (gewicht, volume, materialen...)

2. Bedenk, plan en verzamel het nodige materiaal  voor het verpakken (schuimrubber, zijdepapier, Tyvec, bubbeltjesfolie, houten kist…) en voor het vervoer van het al dan niet verpakte object (kar, rolplank…)

3. Voorzie de keuze van het verpakking met het vierde punt in het achterhoofd.

4. Anticipeer op alle obstakels. Leg de interne route af die het object moet volgen om te zien of de deuropeningen en trappen begaanbaar zijn. Vraag of kijk of de toegang van het gebouw waarin het object moet worden binnengebracht, groot genoeg. Een voorbeeld van een probleem dat zich reeds heeft voorgedaan: de kist moet worden gekanteld terwijl ze eigenlijk rechtop moet blijven. Een extreem geval: de kist is te groot voor de ingang. Ze moet dus buiten worden geopend, het object moet er worden uitgehaald en zo worden binnengebracht.

5. Zorg voor voldoende personeel. Wees altijd ten minste met twee personen, een die de deuren opent en sluit, obstakels uit de weg ruimt en de doorgang in krappe ruimtes controleert. De tweede duwt de kar waarop het object ligt.

6. Plan, voordat u het object vervoert, waar u het best vastneemt maar ook hoe en waar het zal worden geplaatst. Neem geen risico’s door iets te dragen dat te zwaar is. Plan genoeg mensen.

7.Kijk het vervoermiddel na en de afmetingen ervan.

8. De kist moet tijdens het traject worden vastgelegd;
 

18.08.2018

Waarde van het object
Objecten  uit Oceanië, die voornamelijk in de 19e eeuw en het begin van de 20e verzameld werden, zijn vrij alomtegenwoordig:  er zijn er vele te vinden in collecties over de hele wereld  in vormen en aspecten die perfect op elkaar lijken. Dit is hier niet het geval: er zijn maar weinig hoofdtooien vergelijkbaar met diegene die bewaard wordt in de KMKG, er is er geen enkele die de omvang en verfijning haalt van de ceremoniële hoofdtooi van Brussel.

Trouwens, als we kijken naar de samenstelling van de collectie van Gustave Hagemans waarin deze hoofdtooi van de Australeilanden zich bevond, lijdt het geen twijfel dat het object in kwestie ten laatste in de 18e eeuw gemaakt is. Daardoor is het een van de zeldzame stukken textiel uit Oceanië van voor de evangelisatie en kolonisatie.

Deze zeldzaamheid maakte mensen afgunstig. Aan het begin van de 20e eeuw onderhield het Cranmore Ethnographic Museum in Chilshurst (Kent, Verenigd Koninkrijk) een correspondentie met onze musea om deze hoofdtooi voor zijn verzameling te verwerven in ruil voor honderd Polynesische artefacten. In de jaren dertig van de vorige eeuw deed Paul Rivet, directeur van het Musée de l'Homme in Parijs, ook een bod en bood in ruil daarvoor een groot aantal dubbels uit de reserves van zijn instelling. Nog in de jaren dertig wilde de Ratton Gallery in Parijs, wiens activiteiten nog steeds lopen, ook deze hoofdtooi verwerven. Het is daarom duidelijk dat we te maken hebben met een uiterst zeldzaam stuk waarvan de documentaire waarde opmerkelijk is.

Vergelijkbare ornamenten die behoren tot de periode van de allereerste verzamelingen van objecten uit Oceanië (18e eeuw),  kunnen op de vingers van één hand worden geteld. Van kleding en ornamenten van voor de koloniale tijd blijft er praktisch alleen geschreven of iconografisch bewijsmateriaal over van de expedities uit de tijd van de Verlichting.

Geschiedenis van het stuk
Deze hoofdtooi werd door de heer Gustave Hagemans op 12 maart 1857 geschonken aan het Hallepoortmuseum. Hij staat genoteerd onder nummer G68 in de catalogus van Théodore Juste, die er nog de volgende opmerking aan toevoegt: "Twee hoofdtooien met veren,  van wilden, waarvan één van buitengewone afmetingen. Schenking van Mr. Hagemans "(Just 1864: 361). De hoofdtooi waarover het hier gaat, wordt dan ingedeeld bij de Indiaans-Amerikaanse stukken, de tweede hoofdtooi waarnaar Juste verwijst, is ongetwijfeld een precolumbiaans object. Even later vermeldt de inventarisfiche van het Koninklijk Museum voor Oudheid, Wapenuitrusting en Artillerie (Hallepoort) het volgende over het object dat op dat moment het rode nummer 3292 draagt: "Een immense hoofdtooi in de vorm van een diadeem, samengesteld uit veren en schelpen. Marquesas. In slechte staat “. De redenen voor een toewijzing aan de Marquesas-eilanden worden niet gegeven.

Dit stuk werd voor het eerst gepubliceerd in 1898 door de Britse antropoloog James Edge-Partington (Edge-Partington & Heape 1890-1898), maar de laatste maakte een aantal fouten, vooral over de plaats van bewaring die werd genoteerd als "Hallepoortmuseum Antwerpen” (Fig.4, Lavachery 1941: 36). Deze hoofdtooi werd dus toegewezen aan het eiland Tahiti.

Later, toen de collecties van het Koninklijk Museum voor Oudheid, Wapenuitrusting en Artillerie de kern vormden voor de toekomstige Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis werd een nieuwe fiche opgesteld die aan het stuk het nummer ET.1365 toekende, wat het trouwens nog steeds draagt. Op dit nieuwe document blijft de hoofdtooi toegewezen aan Tahiti op basis van het werk van James Edge-Partington.

Tijdens de laatste oorlog publiceerde Henri Lavachery een studie in het Bulletin of Museums (Lavachery H., 1941). Daar concludeerde hij, na de constructie zorgvuldig te hebben beschreven, dat deze hoofdtooi niet kon vergeleken worden met die van de Austral-, Tonga- en Tahiti-eilanden, waar men gelijkaardige, maar meer recente stukken vond als die in het KMKG (19e eeuw). Volgens gravures uit het einde van de 18e eeuw is het niet uitgesloten dat dergelijke hoofdtooien ook op Paaseiland hebben bestaan. Wat er ook van zij, Henri Lavachery bevestigde in zijn onderzoek dat de hoofdtooi van de KMKG zeer waarschijnlijk van Tahitiaanse oorsprong was (Lavachery 1941: 47).

Later veranderde Henry Lavachery van mening en gaf er de voorkeur aan de Australeilanden als bron van herkomst voor te stellen, meerbepaald het eiland Raivavae (ten zuiden van Frans-Polynesië). Ook voegde hij een handgeschreven notitie toe op de inventarisfiche waarin hij opmerkte dat hij informatie had verkregen van de beroemde etnoloog Peter Henry Buck van het Bernice P. Bishop Museum in Honolulu, Hawaii, VS. Volgens deze in de jaren 1920 en 1950 vooraanstaande onderzoeker bezit  een vergelijkbaar stuk, dat bewaard wordt in het Peabody Museum (Harvard University, Cambridge, Mass., VS), een officieel certificaat van herkomst van het  eiland Raivavae. Bovendien zijn op het eiland Rarotonga, in de Cook-archipel, nog andere voorbeelden bekend.

In 1981 schreef Francina Forment, voor de publicatie van een gedeeltelijke catalogus van de collectie 'Oceanië' van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, de hoofdtooi definitief toe aan de Australeilanden, meerbepaald aan het eiland Raivavae (oostelijk deel van de archipel) op basis van het wetenschappelijk werk  van Peter Henry Buck (Forment  1981 : 105).
 

18.07.2018

Technische beschrijving van het voorwerp

Inv. ET. 1365 (n° 293 van de algemene inventaris van de KMKG)
Datum van aanwerving : 1854
Schenking Gustave Hagemans

Vermoedelijke herkomst: Australeilanden (Frans-Polynesië)

Hoogte: 60 cm; maximum diameter: 130 cm

De hoofdtooi is op een conisch mutsje gemonteerd, dit werd spiraalvormig gevlochten en met witte boombaststof (tapa) bekleed. Aan het mutsje zijn straalvormig stokjes bevestigd en deze zijn onderling verbonden met fijne latjes en touwtjes. De buitenzijde hiervan is bekleed met een slordig vlechtwerk uit kokosvezels …. Op deze bekleding in kokos zijn er tenslotte plaatjes in schelp, pluimen en menselijke haren bevestigd met behulp van kleine koordjes. Vanaf de muts vertrekt er een lint in boombaststof, voorzien van een pompon in gevlochten kokos. Zonder twijfel diende dit touwtje om onder de kin geknoopt te worden om zo de hoofdtooi te bevestigen op het hoofd van diegene die de eer genoot hem te mogen dragen. De versiering van de hoofdtooi (schelpen, pluimen en menselijke haren) is over zes registers geschikt:

1. plaatjes uitgesneden uit Tridacna schelpen

2. rode veren van parkieten

3. witte albatrosveren, in kleine boeketjes samengevoegd

4. zwarte en groene veren van eenden

5. menselijke haren

6. staartveren van eenden

 

Het verloop van de restauratiebehandelingen

wordt vervolgd...