Help ons deze Polynesische hoofdtooi te redden!

Hartelijk dank!

Hartelijk dank aan wie een schenking maakte om deze Polynesische hoofdtooi te restaureren. U hebt uw steentje bijgedragen om de som bijeen te krijgen die we nodig hadden voor de redding van dit uitzonderlijke stuk. Het silhouet ervan was te zien tijdens de tentoonstelling ‘Oceania – Reizen doorheen het onmetelijke’.

Gedurende de volgende maanden zullen we u op de hoogte houden hoe deze restauratie vordert.

Om te beginnen eerst een beschrijving van het voorwerp.
 

Technische beschrijving van het voorwerp

Inv. ET. 1365 (n° 293 van de algemene inventaris van de KMKG)
Datum van aanwerving : 1854
Schenking Gustave Hagemans

Vermoedelijke herkomst: Australeilanden (Frans-Polynesië)

Hoogte: 60 cm; maximum diameter: 130 cm

De hoofdtooi is op een conisch mutsje gemonteerd, dit werd spiraalvormig gevlochten en met witte boombaststof (tapa) bekleed. Aan het mutsje zijn straalvormig stokjes bevestigd en deze zijn onderling verbonden met fijne latjes en touwtjes. De buitenzijde hiervan is bekleed met een slordig vlechtwerk uit kokosvezels …. Op deze bekleding in kokos zijn er tenslotte plaatjes in schelp, pluimen en menselijke haren bevestigd met behulp van kleine koordjes. Vanaf de muts vertrekt er een lint in boombaststof, voorzien van een pompon in gevlochten kokos. Zonder twijfel diende dit touwtje om onder de kin geknoopt te worden om zo de hoofdtooi te bevestigen op het hoofd van diegene die de eer genoot hem te mogen dragen. De versiering van de hoofdtooi (schelpen, pluimen en menselijke haren) is over zes registers geschikt:

1. plaatjes uitgesneden uit Tridacna schelpen

2. rode veren van parkieten

3. witte albatrosveren, in kleine boeketjes samengevoegd

4. zwarte en groene veren van eenden

5. menselijke haren

6. staartveren van eenden

 

Waarde van het object

Objecten  uit Oceanië, die voornamelijk in de 19e eeuw en het begin van de 20e verzameld werden, zijn vrij alomtegenwoordig:  er zijn er vele te vinden in collecties over de hele wereld  in vormen en aspecten die perfect op elkaar lijken. Dit is hier niet het geval: er zijn maar weinig hoofdtooien vergelijkbaar met diegene die bewaard wordt in de KMKG, er is er geen enkele die de omvang en verfijning haalt van de ceremoniële hoofdtooi van Brussel.

Trouwens, als we kijken naar de samenstelling van de collectie van Gustave Hagemans waarin deze hoofdtooi van de Australeilanden zich bevond, lijdt het geen twijfel dat het object in kwestie ten laatste in de 18e eeuw gemaakt is. Daardoor is het een van de zeldzame stukken textiel uit Oceanië van voor de evangelisatie en kolonisatie.

Deze zeldzaamheid maakte mensen afgunstig. Aan het begin van de 20e eeuw onderhield het Cranmore Ethnographic Museum in Chilshurst (Kent, Verenigd Koninkrijk) een correspondentie met onze musea om deze hoofdtooi voor zijn verzameling te verwerven in ruil voor honderd Polynesische artefacten. In de jaren dertig van de vorige eeuw deed Paul Rivet, directeur van het Musée de l'Homme in Parijs, ook een bod en bood in ruil daarvoor een groot aantal dubbels uit de reserves van zijn instelling. Nog in de jaren dertig wilde de Ratton Gallery in Parijs, wiens activiteiten nog steeds lopen, ook deze hoofdtooi verwerven. Het is daarom duidelijk dat we te maken hebben met een uiterst zeldzaam stuk waarvan de documentaire waarde opmerkelijk is.

Vergelijkbare ornamenten die behoren tot de periode van de allereerste verzamelingen van objecten uit Oceanië (18e eeuw),  kunnen op de vingers van één hand worden geteld. Van kleding en ornamenten van voor de koloniale tijd blijft er praktisch alleen geschreven of iconografisch bewijsmateriaal over van de expedities uit de tijd van de Verlichting.

 

Geschiedenis van het stuk

Deze hoofdtooi werd door de heer Gustave Hagemans op 12 maart 1857 geschonken aan het Hallepoortmuseum. Hij staat genoteerd onder nummer G68 in de catalogus van Théodore Juste, die er nog de volgende opmerking aan toevoegt: "Twee hoofdtooien met veren,  van wilden, waarvan één van buitengewone afmetingen. Schenking van Mr. Hagemans "(Just 1864: 361). De hoofdtooi waarover het hier gaat, wordt dan ingedeeld bij de Indiaans-Amerikaanse stukken, de tweede hoofdtooi waarnaar Juste verwijst, is ongetwijfeld een precolumbiaans object. Even later vermeldt de inventarisfiche van het Koninklijk Museum voor Oudheid, Wapenuitrusting en Artillerie (Hallepoort) het volgende over het object dat op dat moment het rode nummer 3292 draagt: "Een immense hoofdtooi in de vorm van een diadeem, samengesteld uit veren en schelpen. Marquesas. In slechte staat “. De redenen voor een toewijzing aan de Marquesas-eilanden worden niet gegeven.

Dit stuk werd voor het eerst gepubliceerd in 1898 door de Britse antropoloog James Edge-Partington (Edge-Partington & Heape 1890-1898), maar de laatste maakte een aantal fouten, vooral over de plaats van bewaring die werd genoteerd als "Hallepoortmuseum Antwerpen” (Fig.4, Lavachery 1941: 36). Deze hoofdtooi werd dus toegewezen aan het eiland Tahiti.

Later, toen de collecties van het Koninklijk Museum voor Oudheid, Wapenuitrusting en Artillerie de kern vormden voor de toekomstige Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis werd een nieuwe fiche opgesteld die aan het stuk het nummer ET.1365 toekende, wat het trouwens nog steeds draagt. Op dit nieuwe document blijft de hoofdtooi toegewezen aan Tahiti op basis van het werk van James Edge-Partington.

Tijdens de laatste oorlog publiceerde Henri Lavachery een studie in het Bulletin of Museums (Lavachery H., 1941). Daar concludeerde hij, na de constructie zorgvuldig te hebben beschreven, dat deze hoofdtooi niet kon vergeleken worden met die van de Austral-, Tonga- en Tahiti-eilanden, waar men gelijkaardige, maar meer recente stukken vond als die in het KMKG (19e eeuw). Volgens gravures uit het einde van de 18e eeuw is het niet uitgesloten dat dergelijke hoofdtooien ook op Paaseiland hebben bestaan. Wat er ook van zij, Henri Lavachery bevestigde in zijn onderzoek dat de hoofdtooi van de KMKG zeer waarschijnlijk van Tahitiaanse oorsprong was (Lavachery 1941: 47).

Later veranderde Henry Lavachery van mening en gaf er de voorkeur aan de Australeilanden als bron van herkomst voor te stellen, meerbepaald het eiland Raivavae (ten zuiden van Frans-Polynesië). Ook voegde hij een handgeschreven notitie toe op de inventarisfiche waarin hij opmerkte dat hij informatie had verkregen van de beroemde etnoloog Peter Henry Buck van het Bernice P. Bishop Museum in Honolulu, Hawaii, VS. Volgens deze in de jaren 1920 en 1950 vooraanstaande onderzoeker bezit  een vergelijkbaar stuk, dat bewaard wordt in het Peabody Museum (Harvard University, Cambridge, Mass., VS), een officieel certificaat van herkomst van het  eiland Raivavae. Bovendien zijn op het eiland Rarotonga, in de Cook-archipel, nog andere voorbeelden bekend.

In 1981 schreef Francina Forment, voor de publicatie van een gedeeltelijke catalogus van de collectie 'Oceanië' van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, de hoofdtooi definitief toe aan de Australeilanden, meerbepaald aan het eiland Raivavae (oostelijk deel van de archipel) op basis van het wetenschappelijk werk  van Peter Henry Buck (Forment  1981 : 105).

 

Het verloop van de restauratiebehandelingen

wordt vervolgd...