Kuifje in het Jubelparkmuseum

Arumbaya-afgod?

Dit beeldje is zonder twijfel de meest 'mythische' creatie uit het oeuvre van Hergé. De auteur woonde op een boogscheut van het museum en maakte er in de jaren 1930 kennis met het stuk. In het stripverhaal is het beeldje geen Chimú-offerdrager, zoals het etiket nu vermeldt. Hergé liet het verhuizen naar de Arumbaya's, een (onbestaande) indianenstam in de tropische wouden van Zuid-Amerika. Bovendien heeft het houten figuurtje waar Kuifje achteraan gaat een gebroken oor en geen gebroken voet en voorarm zoals in het museum. Hoedanook, dankzij het stripverhaal van Hergé kreeg ons beeldje internationale bekendheid!

Chimú-offerdrager!

Het beeldje in het museum is geen uniek kunstwerk. Op de tentoonstelling 'Inca-Perú. 3000 jaar geschiedenis' werden meerdere exemplaren samengebracht. Sommige vertoonden veel gelijkenis met het stuk uit het museum, andere stelden gebochelde offerandedragers voor. De huidige archeologische kennis over Peru laat toe dit type voorwerp te plaatsen in een precieze culturele context. Het merendeel van de beeldjes werd ontdekt in de ceremoniële gebouwen van de Chimú. Dit volk woonde tussen de 12de en de 15de eeuw n. Chr. op de noordelijke kust van Peru. De Chimú stichtten er hun indrukwekkende hoofdstad Chanchan. Rond 1460 werden zij overwonnen door de Inca's. De Chimú kregen echter de mogelijkheid om hun artistieke activiteiten verder te zetten.