HOME: Human remains Origin(s) Multidisciplinary Evaluation

BRAIN-be 2.0 project
(Belgian Research Action through Interdisciplinary Networks).
BRAIN-be 2.0 laat toe om dankzij de financiering van onderzoeksprojecten die steunen op wetenschappelijke excellentie en die Europees en internationaal zijn verankerd, zowel tegemoet te komen aan de kennisbehoeften van de federale departementen als om het wetenschappelijk potentieel van de Federale Wetenschappelijke Instellingen (FWI) te ondersteunen.   
BRAIN-be 2.0 staat open voor de hele wetenschappelijke gemeenschap in België: universiteiten, hogescholen, publieke wetenschappelijke instellingen en onderzoekscentra zonder winstoogmerk.

Duur
2019-2021

Achtergrond van het project
De publieke bewustwording over de historische collecties van menselijke resten in België, die sinds enkele jaren het onderwerp van wetenschappelijk en herkomst-onderzoek zijn, is pas recentelijk toegenomen. Wetenschappelijke publicaties, tentoonstellingen, conferenties en persartikels hebben de aanwezigheid van menselijke resten in Belgisch Federale instellingen ethisch in vraag gesteld en de manier waarop menselijke resten tijdens het koloniale tijdperk werden toegeëigend. In 2016 werden in de Belgische Senaat vragen gesteld over het bestaan van deze collecties. De Staatssecretaris van het Federaal Wetenschapsbeleid stelde voor om in 2018 een "ad hoc" deskundigengroep voor de repatriëring van menselijke resten op te richten. Dit mondde in 2019 uit in twee resoluties, respectievelijk van het Federaal Parlement en het Brussels Parlement, die beiden (?) de oprichting van een interdisciplinaire werkgroep voorschrijven om de mogelijke repatriëring te onderzoeken en een inventaris en uitgebreide studie uit te voeren over culturele objecten en menselijke resten, die deel uitmaken van de Belgische museum collecties.

Belgische context
Belgische Federale Wetenschappelijke Instellingen (FSI), universiteiten en private eigenaars huisvesten menselijke resten afkomstig van verschillende plaatsen, periodes en contexten. Sommige van deze menselijke resten werden ontdekt bij archeologische opgravingen. Andere werden verkregen door koloniale ambtenaren en artsen, leden van wetenschappelijke verenigingen en medewerkers van musea met het doel om osteologische verzamelingen van mensen van verschillende geografische en etnische oorsprong te creëren. Sommige van deze menselijke resten werden in het koloniale tijdperk in zeer problematische omstandigheden toegeëigend en in sommige gevallen werden overblijfselen gebruikt om menselijke types te classificeren en om een hiërarchie van "menselijke rassen" op basis van fysieke kenmerken vast te stellen. De huidige stand van zaken kan als volgt worden samengevat:

    - Er bestaat in België geen beleid of best practice voor het beheer van collecties van menselijke resten (zowel fysieke als gedigitaliseerde - aangezien veel museumcollecties gedigitaliseerd zijn of worden)

    - Er is ook geen beleid of best practice over wat te doen in het geval van repatriëringsverzoeken of zelfs maar over de juridische status van deze overblijfselen.

Doelstellingen van HOME
De doelstellingen van het HOME-project zijn het evalueren van de historische, wetenschappelijke, juridische en ethische achtergrond van de menselijke resten die door de Belgische FWI worden gehuisvest, alsook van de resten die in openbare, academische en private collecties in België worden bewaard. Dit omvat het bestuderen van alle relevante collecties, archieven en documentatie om na te gaan hoe ze werden verworven en of er eerdere repatriëringsverzoeken zijn geweest. Dit houdt ook in dat wordt nagegaan hoe de overblijfselen bijdragen tot een beter begrip van de vroegere levenswijzen, zowel cultureel als biologisch. De documentatie bij de overblijfselen zal verder belangrijke inzichten verschaffen in de geschiedenis van de menselijke resten . Een deel van deze studie zal de geschiedenis van de kolonisatie en het koloniseren omvatten.

De inventarissen en het onderzoek naar de menselijke resten en de documentatie zullen ter beschikking worden gesteld om het beleid voor een optimaal beheer van de fysieke en virtuele collecties te helpen onderbouwen met feiten en gefundeerde argumenten op basis van de collecties en het herkomstonderzoek. Er zal rekening worden gehouden met multivocale opvattingen over de collecties als geheel. We zullen ook specifieke casestudies bekijken om de verschillende beheermogelijkheden voor de collecties te analyseren. Dit zal gebeuren in dialoog met belanghebbenden, waaronder familieleden en deskundigen uit de herkomstlanden, maar ook in samenwerking met verschillende instellingen en overheidsorganisaties.

Er zullen vergelijkingen worden gemaakt met situaties in andere landen. Sinds enkele decennia hebben landen als de VS, Frankrijk, Duitsland, Canada, het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland en Australië specifieke gevallen van teruggave beheerd en kunnen ze nuttige inzichten verschaffen voor België. In sommige van deze landen zijn restitutieacties ondernomen naar aanleiding van specifieke verzoeken van familieleden of van een staat tot staat. Deze cases hebben vaak geleid tot wetswijzigingen om de teruggave van menselijke resten mogelijk te maken. In België heeft nog nooit een repatriëring van staat tot staat plaatsgevonden, omdat er geen wettelijk kader bestaat. Met deze vergelijkende studie kan HOME bijdragen aan mogelijke oriëntaties voor het beheer van collecties van menselijke resten in België.

HOME-Partners
Het geselecteerde consortium bestaat uit 7 partners, 4 federale wetenschappelijke instellingen: Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) (coördinator van het project), Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (KMKG), Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA), Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) en 3 Universiteiten: Université Saint-Louis - Bruxelles (USL-B), Université Libre de Bruxelles (ULB) en de Universiteit van Montreal (UdeM).

Het HOME-project omvat een groot multidisciplinair netwerk dat verschillende disciplines, die door de partners worden vertegenwoordigd, combineert:

    - Fysieke of bio-antropologen zullen inventarissen maken van de collecties van menselijke resten en de bijbehorende archieven van de FWI en andere academische en private organisaties in België. Ze zullen ook de relevantie van dergelijke collecties voor de huidige onderzoeksvragen in de bio-antropologie evalueren.

    - Historici richten zich op herkomstonderzoek, op de manier waarop menselijke resten werden verworven, door wie, wanneer en in welke omstandigheden.

    - Sociale antropologen ontwikkelen een netwerk met specialisten en verschillende gemeenschappen in de herkomstlanden: wat zijn de meningen in deze landen over de repatriëring van menselijke resten en over de rechten van familie- en gemeenschapsleden?

    - Genetici onderzoeken de mogelijkheden en grenzen van de identificatie van het stoffelijk overschot van een individu met zijn of haar familie met behulp van genetische methoden.

    - Juridische specialisten analyseren de juridische aspecten van het project, zoals het huidige statuut van menselijke resten in openbare en private collecties, de juridische achtergrond van de kolonisatie, in België en in het buitenland, en de bescherming van persoonlijke gegevens in geval van repatriëringsverzoeken. Ze zullen ook een overzicht geven van het bestaande wettelijke kader in België, de belangrijkste leemten opsporen en suggesties doen om de repatriëring van menselijke resten mogelijk te maken/te vergemakkelijken.

    - Computerwetenschappers onderzoeken de mogelijkheden van virtuele repatriëring en het delen van digitale gegevens (3D-modellen en documentatie).

Verwachte resultaten van het project
Het HOME-project beoogt een multidisciplinaire evaluatie van de historische collecties van menselijke resten in België, in het bijzonder in de FWI. De resultaten van het project zullen bestaan uit inventarissen van de collecties en de bijbehorende documenten in de verschillende instellingen. De rapporten zullen ook advies geven over het beheer van menselijke resten in België met voorstellen voor verschillende beheerscenario’s in het kader van bestaande en toekomstige repatriëringsverzoeken.

Op het einde van het project zal een openbare conferentie worden gehouden over de historische collecties van menselijke resten en het vraagstuk van de repatriëring, waarbij de resultaten van het project gepresenteerd worden ter ondersteuning van het maatschappelijk en politiek debat en oriëntatie van het toekomstige beleid met betrekking tot deze collecties.