Gekleed voor de dood

Harmignies

Onze kennis over de Merovingers danken we vooral aan de vondsten uit grafvelden. Acht gereconstrueerde graven uit Harmignies in Henegouwen maken duidelijk wat werd gevonden bij de opgraving: skeletten en voorwerpen van metaal, edelmetaal, ceramiek en glas.

Mannen en vrouwen, rijken en armen

De overledenen werden gekleed in hun mooiste gewaden en kregen hun bezittingen mee in hun doodskist. Voor de vrouwen waren dit vooral hun sieraden en voor de mannen hun wapenrusting. Van de kledij is vrijwel alles verdwenen, enkel de mooi versierde gespen en andere metalen ornamenten bleven bewaard doorheen de tijd. Rijke mensen konden vanzelfsprekend meer voorwerpen meekrijgen in het graf dan arme. Wegens de rijkdom van sommige graven had men al in die periode te kampen met grafplunderaars.
De rijkste mannen kregen hun ganse wapenrusting mee. Zij bestond uit een langzwaard (spatha), een kortzwaard (scramasax), een lans (ango) en een schild. De rijkste vrouwen werden begraven met een hele set juwelen zoals haarspelden, oorringen, halssnoeren, mantelspelden, ringen en armbanden. Daarnaast werden vaak nog terracottapotten, bronzen en glazen vaatwerk en werktuigen meegegeven in het graf. De middenklasse moest het stellen met slechts een beperkt aantal van deze zaken en de armste mensen kregen niets of slechts één enkele pot mee.

Graven en baronnen

Hoewel de titels graaf en baron de meeste mensen onmiddellijk doen denken aan mooie kastelen en roemrijke veldslagen, stammen deze benamingen uit de Merovingische periode. De toenmalige koningen benoemden graven, baronnen en zomeer als hun vertegenwoordigers in de verschillende gebiedsdelen. Deze edellieden benoemden op hun beurt hun eigen lokale vertegenwoordigers. Men had verschillende standen in de bevolking: elite, vrijen, halfvrijen en slaven. Er bestonden met ander woorden grote verschillen in rijkdom en status. Dit komt mooi tot uiting in de graven.