De verzameling Nabije Oosten en Iran in detail

BRONSTIJD (ca. 3000-1300/1250 v. Chr.)

Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat belangrijke handelsroutes doorheen Iran lopen. Zo werd lapis lazuli uit Afghanistan verhandeld naar Mesopotamië en Egypte. Chloriet stenen vaatwerk dat in Zuidoost-Iran werd geproduceerd (Tepe Yahya), werd ontdekt in Mesopotamië, Afghanistan en de Arabische kust van de Perzische Golf. In tegenstelling tot in Mesopotamië worden er echter in Iran, behalve dan in het zuidwestelijke Elam geen geschreven bronnen aangetroffen. Beschilderd aardewerk blijft de basis waarop de regionale culturen worden onderscheiden. Op het eind van het derde millennium treft men in Noordoost -Iran echter een onbeschilderd grijskleurig aardewerk aan dat ook bekend is van verschillende vindplaatsen in Turkmenistan (Centraal-Azië). Het wordt in verband gebracht met de inwijking van Indo-europese bevolkingsgroepen. Tentoongesteld is o.a. beschilderd aardewerk van Susa, Sakkizabad en Tepe Giyan. Tevens zijn er vondsten van de BAMI-opgravingen in Luristan te bekijken zoals zegels, bronzen wapens en werktuigen, juwelen en aardewerk (o.a. scarlet ware).