De verzameling Nabije Oosten en Iran in detail

SYRIË

Hoewel Apamea ongetwijfeld de eerste Syrische site is die met de opgravingactiviteiten van onze musea wordt geassocieerd, steunden de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis ook archeologische reddingsoperaties in regio's waar het archeologisch patrimonium bedreigd werd door de aanleg van stuwdammen. Zo konden zowel M. Lebeau te Tell Melebiya op de Khaboer (1985-1988) als voordien Prof. A. Finet (U.L.B.), te Tell Kannâs op de Eufraat (1967-1974) kostbare informatie voor het nageslacht redden.

Eric Gubel is sinds 1986 lid van het directieteam van de opgravingen van Tell Kazel, o.l.v. dr. L. Badre (American University of Beirut). Met de steun van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen (1986-1989) en de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (1999-) werden sedertdien op de acropool van deze artificiële puinheuvel (een van de omvangrijkste van de Syro-Palestijnse kust) een tempel en residentiële gebouwen blootgelegd uit de Fenicische en Perzische periode (1150-333 v.Chr.).

Tell Kazel kon geïdentificeerd worden met het antieke Sumur (Simyra), dat in de 15de eeuw v.Chr. oorspronkelijk een garnizoen herbergde naast het paleis van de Egyptische gouverneur, maar vervolgens in handen viel van rebellen. Dank zij bondgenootschappen met het Mitannirijk en de stad Ugarit, bleef Sumur tot de verwoesting van de Zeevolkeren rond 1185 v.Chr. de residentie van de koningen van Amurru, een bufferzone tussen de Hittietische en de Egyptische invloedssfeer in de Levant. Het materiaal uit een tempel en een paleizencomplex wijst op intense handelsbetrekkingen met Cyprus en de Myceense en Minoïsche wereld. Tot na de Assyrische verovering van 738 v.Chr. bleef Sumur een knooppunt van het Fenicische handelsnet dat pas in de Hellenistische periode aan belang zou inboeten. Opgravingverslagen verschijnen regelmatig in de vaktijdschriften Syria en Berytus.

 

Plaatsnamen die zich op de kaart bevinden: