De ‘mummie van de borduurster Euphemia’ en haar grafinboedel

Nieuw licht op een oude vondst

Op 17 juni 1900 slaagde conservator en Egyptoloog J. Capart erin om een belangrijk ensemble uit Antinoë (Midden-Egypte) voor de KMKG aan te kopen. Het was door de Franse archeoloog A. Gayet tijdens zijn campagne van winter 1899-1900 opgegraven, vervolgens in het Parijse Guimetmuseum tentoongesteld, om er tenslotte openbaar verkocht te worden. Volgens de informatie verstrekt door Gayet zelf, kwam het uit twee graven: het graf van de ‘borduurster’ waarvan de  mummie, het textiel en de grafinboedel werden verworven, en het graf van de goudsmid Colluthos en zijn echtgenote waarvan alleen een fragment van een sarcofaag en textiel werden aangekocht.  In 1905 werd het geheel over twee museumverzamelingen opgesplitst: de mummie en haar grafinboedel werden in de afdeling Oud Egypte geregistreerd, waar ze nu trouwens nog steeds tentoongesteld is, terwijl het textiel eerst in de afdeling ‘Textiel en borduurwerk’ en in 1972 in de nieuw opgerichte afdeling ‘Christelijke Kunst van het Oosten’ werd opgenomen.

Terwijl het graf van Colluthos door vijf Griekse papyri uit het midden der 5de eeuw vrij goed gedocumenteerd was, beschikten we over weinig concrete elementen voor wat de ‘borduurster’ en haar grafinboedel betreft. Daarom werd ze onderworpen aan een interdisciplinaire studie die kaderde in het cultureel project van de Europese Commissie ‘Clothing and Identity – New perspectives on textiles in the Roman Empire’, opgestart in 2008 door de Curt-Engelhorn-Stiftung of the Reiss-Engelhorn-Museum in Mannheim, Duitsland, en lopende over zes jaar. Het behelst een (kunst-) historische studie van een reeks kledingstukken door een internationaal team van wetenschappers, evenals radiokoolstofdateringen en kleurstofanalyses uitgevoerd door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium in Brussel. Omdat onze ‘borduurster’ onaangeroerd is en in de kleding bewaard is waarin ze begraven werd, is zij natuurlijk een unieke bron voor de geschiedenis van het kostuum en van de begrafenisgebruiken in het laatantieke Egypte. 

De studie werpt een nieuw licht op de ‘borduurster’ en op de omstandigheden waarin ze geleefd heeft en begraven werd. De vraagtekens die zo lange tijd rond haar en haar grafinboedel hingen, zijn grotendeels opgehelderd dankzij een nauwkeurige identificatie van de objecten op grond van archieven en inventarissen en dankzij moderne onderzoeksmethoden. Dit kon gebeuren zonder de mummie te beschadigen –ze werd nauwelijks aangeraakt-,  waardoor ze onaangetast bleef. 

De bedoeling is om het verspreide ensemble terug samen te brengen en tentoon te stellen. Dit zal gebeuren in nauwe samenwerking met de huidige conservator van de verzameling Oud-Egypte, Luc Delvaux, en de conservator van de verzameling laatantiek textiel, Mieke Van Raemdonck.

Werkten mee aan het onderzoek

Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium

  • Mark van Strydonck en Matthieu Boudin, radiokoolstofdateringen
  • Ina Vanden Berghe, kleurstofanalyses
  • Kim Quintelier, physisch antropologisch onderzoek

Koninklijke Musea voor Kunst en geschiedenis

  • Daniël De Jonghe en Chris Verhecken-Lammens, analyses weefstructuren
  • Luc Limme, toenmalig conservator Egypte
  • Raoul Pessemier, fotograaf
  • Suzy Vander Haegen en Camiel Van Winkel, technici
  • Mieke Van Raemdonck, conservator laatantiek textiel, archiefonderzoek, identificatie en studie van het textiel en de grafinboedel

Links

In het British Museum loopt eveneens een onderzoeksproject rond de site van Antinoë. Lees meer over 'Antinoupolis at the British Museum'