Aristocratisch graf van Eigenbilzen (Limburg)

Een rijk Keltische brandgraf, dat in 1871 bij toeval werd gevonden, bevatte vier uitzonderlijke stukken, behorend tot een drinkservies dat rond 400 v. Chr. werd begraven:

een band van drijfwerk

De band van dun goudblad diende oorspronkelijk als versiering van een drinkhoorn. De gedreven versiering vertoont twee motieven van mediterrane inspiratie: een lotusbloem en een palmet. Deze originele samenstelling maakt het stuk tot een van de meesterwerken van de Keltische kunst.

een snavelkan

De kan is eveneens afkomstig van een Etruskische werkplaats en was bestemd om wijn te bevatten. Op de hals werd een motief gegraveerd.

een geribde emmer

De emmer bevatte de verkoolde beenderen van de overledene. Hij werd tussen 450 en 400 v. Chr. vervaardigd in het noorden van Italië (waarschijnlijk in Ticino). Dit soort recipiënt diende om de wijn met water te vermengen.

een fragment van een Keltische tuitkan

Het gaat om de onderkant van de kan. De decoratie toont friezen van fijn gegraveerde motieven.

 

Deze prestigeobjecten wijzen op de hoge status van hun eigenaar. Zoals de Italiaanse importstukken aantonen, onderhield hij contacten met de mediterrane wereld.